vlag-nederlands.png vlag-engels.png vlag-duits.png

FAQ

De meest gestelde vragen & de antwoorden

Wat is de AVIH voor organisatie?

De AVIH is de brancheorganisatie van circa 90 ondernemingen die hun bestaansbasis hebben in het Nederlandse bos.
De aangesloten ondernemers zijn actief op het gebied van bosbeheer en -advies, bosonderhoud, houtoogst, rondhouthandel, transport en het verzagen van inlands hout. De specialistische kennis die hierbij vereist is, blijkt evenzeer uitstekend bruikbaar bij landschapsbeheer, natuurbehoud en bijvoorbeeld het verwerken van biomassa tot duurzame energie.
De leden van de vereniging zijn in heel Nederland actief, maar ook in de ons omringende buurlanden zoals Duitsland en België.

Wat is duurzame bosbouw?

Duurzame bosbouw is een vorm van bosbeheer waarbij niet méér hout wordt geoogst dan er bijgroeit, het bosbeheer de natuurwaarden respecteert en zorg heeft voor verantwoorde sociale omstandigheden van hen die in het bos werken.
De behoefte aan duurzame bosinstandhouding in Europa bestaat al sinds de Middeleeuwen. De overheid heeft dat in wetgeving vastgelegd. In Nederland kennen we daardoor o.a. de herplantplicht die in de Boswet is vastgelegd. Deze wettelijke verplichting zorgt ervoor dat de bosbezitter binnen 3 jaar na de velling voor herbebossing heeft gezorgd. Elders in de wereld is dat minder goed geregeld. De milieubeweging signaleert dat met name bij het verdwijnen van het tropisch regenbos. Wereldwijd is er groeiende erkenning voor de noodzaak van continuïteit van bosbeheer. Zowel voor de natuur als de bevolking als de groeiende vraag naar hout is dat een onomstreden uitgangspunt.

Wat is inlands hout?

Inlands hout is hout dat afkomstig is van bomen die in Nederland zijn gegroeid, geoogst en verwerkt tot planken, balken en andere houtproducten. Inlands hout is niet hetzelfde als inheemse boomsoorten.

Met inheemse bomen worden boomsoorten bedoeld die hier van nature zouden thuishoren. Veel van die inheemse boomsoorten zijn voor de bosbouw en de houthandel niet interessant vanwege hun onvoldoende houtkwaliteit. Vanuit het verleden staan er in het Nederlandse bos een aantal 'allochtone soorten', de zogeheten 'exoten' die zeer waardevol inlands hout leveren en bijdragen aan de diversiteit van het Nederlandse bos. De belangrijkste exoten zijn douglas en lariks. Ook van populier bestaan een heel stel gekruiste soorten die afkomstig zijn van buitenlandse ouders.
De belangrijkste inlands houtsoorten zijn: grove den, lariks, douglas, fijnspar, eik en populier.

Waar is inlands hout te verkrijgen?

Inlands hout is - evenals bijv. Tsjechisch of Duits of Belgisch - als zodanig niet in de handel of bouwmarkt te verkrijgen. De belangrijkste reden daarvoor is dat het meeste inlands hout rechtstreeks van de zagerij wordt geleverd aan de verwerkende industrie (emballage- en palletindustrie, tuinhoutproducenten, meubelindustrie) of aannemers die het hout verwerken in bouw of waterbouw. Inlands hout volgt meestal een hele korte lijn naar de eindgebruiker. Een andere reden is dat het voor de handel en bouwmarkten bijna niet te doen (en ook niet zinvol) is om alle 'inlands hout' apart te houden van geïmporteerd hout en te labellen naar land van herkomst. Voor wie specifiek belangstelling heeft voor Nederlands hout (bijvoorbeeld vloerdelen, gevelbekleding, tuinhout of waterbouwhout) kan zich het beste wenden tot een van de AVIH leden uit de ledenlijst onder de categorie 'verwerking' voor gezaagd hout en voor rondhout uit de categorie '(exploiterende) rondhouthandel'.

Waarvoor wordt inlands hout gebruikt?

Inlands hout maakt een beperkt aandeel uit van het totale houtgebruik in Nederland, maar het wordt in vrijwel alle bestemmingen gebruikt waar ook geïmporteerd Europees hout van dezelfde boomsoorten wordt gebruikt. 
65% van het in Nederland geoogste hout wordt in zagerijen verwerkt tot planken en balken voor talloze toepassingen, de emballage- en palletindustrie, de (water)bouw, de tuinhoutmarkt en de agrarische sector. 
Een specifiek Nederlands product is uiteraard de klomp die wordt gemaakt van populierenhout (en soms wilg). Ongeveer 25% van het geoogste hout wordt verwerkt tot spaanplaat, MDF, krantenpapier en vouwkarton. Een ander specifiek Nederlands product is de heipaal. Alleen lange rechte stammen van douglas of fijnspar komen hiervoor in aanmerking. 

Waarom wordt inlands hout ook geëxporteerd?

Inlands hout wordt ook geëxporteerd. Spaanplaatfabrieken zijn er niet meer in Nederland zodat alle rondhout van de geschikte kwaliteit daarvoor wordt geëxporteerd naar België en Duitsland. 
Het komt voor dat de rondhoutwagen (die de grondstof brengt) de spaanplaten (het eindproduct) als retourtransport weer mee terug neemt. In dat eindproduct, dat in de bouw- en meubelindustrie wordt toegepast, is Nederlands hout verwerkt. Ook hout van zagerijkwaliteit wordt soms aan Duitse en Belgische zagerijen geleverd. Dat deze export voorkomt is meestal een kwestie van de meest economische combinatie van transportkosten en opbrengst voor het geleverde hout. Voor de houtmarkt zijn grenzen op een landkaart niet veel meer dan een inktstreepje: dat geldt voor (rond)hout dat wordt geïmporteerd en ook voor (rond)hout dat wordt geëxporteerd. 
De toenemende globalisering maakt dat het belang van import en export toenemend is. 

Is hout uit het bos nog wel belangrijk voor de papier- en spaanplaatindustrie?

Zowel de papier- als de spaanplaatindustrie zijn steeds beter in staat om een actieve rol te spelen bij het hergebruik. De papierindustrie maakt gebruik van vele soorten oud papier die worden ingezameld. De spaanplaatindustrie doet hetzelfde met bouw- en sloophout dat wordt verkleind en geschikt gemaakt als grondstof. In beide gevallen gaat dat ten koste van de bosbouw: er valt immers een deel van de afzetmarkt voor vers hout weg. Met name de papierindustrie zal echter nooit zonder vers hout kunnen. Of dat verse hout nu afkomstig is van dun rondhout rechtstreeks uit het bos of van restproduct van zagerijen doet er niet wezenlijk toe. De reden van deze behoefte aan verse houtvezel is dat een eenmaal tot papier benutte houtvezel een keer of zes kan worden gerecycled. Daarna verliest het papier aan sterkte. Eindeloos recyclen kan dus niet. Er zal vanwege de vereiste kwaliteit altijd een aandeel verse houtvezel moeten worden toegevoegd.

Kan hout uit het bos worden gebruikt om duurzame energie van te maken? (Komt er "stroom uit de boom")

Het is een onomstotelijke waarheid dat hout uit het bos kan worden gebruikt als energiebron. Zowel voor de open haard als voor grootschalige opwekking van zowel elektriciteit als warmte is hout uit het bos geschikt. Of dat ook gebeurt is vooral een kwestie van economie. Hout wordt dáár toegepast waar het de beste opbrengst krijgt. Omdat de energiemarkt voorlopig nog geen koopkrachtige vraag laat zien die concurrerend is met andere bestemmingen van hout, wordt er nog betrekkelijke weinig stroom rechtstreeks uit de boom gewonnen. Via een indirecte weg, de levering van zagerijresthout, is er al een serieuzere vraag naar hout te zien. 
Het begrip duurzame energie heeft overigens vooral te maken met het feit dat - anders dan kolen, gas en olie - hout een duurzaam hernieuwbare brandstofbron kan zijn. Bovendien een die ook nog CO2 neutraal is: bij verbranding komt nooit méér CO2 vrij dan er ooit, tijdens de groei van de boom, in het hout is opgeslagen. Om die CO2 opslag zo lang mogelijk te laten duren en daarmee CO2 emissie zo lang mogelijk uit te stellen, is het belangrijk hout uit het bos eerst zoveel mogelijk te benutten in houtproducten. Pas als hergebruik van dit hout niet meer mogelijk is, is verbranding zinvol. Verbranding van oud hout - bouw- en sloophout - is dus milieutechnische een betere bron van duurzame energie dan vers hout uit het bos waarvan nog plaatmateriaal of papier kan worden gemaakt.

Wat is goed brandhout?

Goed brandhout is hout dat voldoende gedroogd is. Om het goed te laten drogen wordt het meestal gekloofd en afgekort. Afhankelijk van de houtsoort en de dikte van het hout is een half tot een heel jaar buitenopslag, onder afdekking tegen regen maar met vrij spel voor de wind, voldoende voor de open haard. Dergelijk brandhout komt meestal uit (hakhout)bosjes of te dunne stammetjes om ze economisch te kunnen afvoeren naar spaanplaatindustrie of uit top- en takhout van grote loofbomen die in bos, park of langs wegen worden geveld. Ook fruitbomenhout is goed brandhout. 
Naast haardblokken uit vers hout zijn er ook kant-en-klaar haardblokken van geperste houtresten uit zagerij en timmerindustrie. Het persen in cilindrische vorm vindt plaats zonder enige kleefstof of bindmiddel. Deze haardblokken zijn nog droger dan goed bewaard hout en zorgen bij een absoluut CO2-neutrale verbranding voor een uitstekende verbrandingswaarde van 4,9 kW. Door het gat in het midden ontstaat een ideale verhouding tussen gewicht en verbrandingssnelheid. Het resultaat: een bijzonder lang aanhoudende mooie gloed. 
In Zweden en Oostenrijk is het ondertussen gemeengoed aan het worden om brandstofpellets te stoken. Dat zijn kleine brokjes geperste droge houtresten die als een soort houtkooltjes worden gestookt in speciale houtkachels.

Waarom wordt er met machines in het bos gewerkt?

Er zijn vier belangrijke redenen waarom machines worden gebruikt in het bosbeheer: de productiviteit van machines is hoger, de arbeidsomstandigheden voor de werknemers zijn beter, de kosten per gewerkte hoeveelheid zijn lager en er zijn steeds minder mensen die het (zware) boswerk met handkracht willen doen. De tijd van trekzaag en bijl is definitief voorbij in de professionele bosbouw. De motorzaag zal nooit helemaal kunnen worden gemist voor allerlei (klein) werk, maar het echte vellingswerk zal in toenemende mate door gespecialiseerde houtoogstmachines worden gedaan. Deze harvesters kunnen in één werkgang een boom vellen, onttakken en computergestuurd opdelen in díe sortimenten die de beste opbrengst leveren. En dat alles terwijl de bedieningsman comfortabel in een verwarmde cabine zit met de radio aan en geen last heeft van weer en wind. De werkbelasting is nu overigens verschoven van lichamelijk naar geestelijk: de machinist moet zeer veel beslissingen in zeer korte tijd nemen. 
Voor het bosmilieu blijkt de machineinzet goed uit te pakken: de doorlooptijd van oogstprojecten wordt aanzienlijk bekort en de geluidsproductie is zeer veel minder dan van een aantal motorzagen. De techniekontwikkeling is nog niet ten einde: in Finland is al een prototype ontwikkeld van een lopende in plaats van rijdende houtoogstmachine. 

Waarom staan er stippen op sommige bomen?

De bosbezitter wil dat zijn bos bepaalde functies vervult en 'stuurt' daarom in de samenstelling van zijn bos. Dat kan door velling en herplant en ook door dunningen uit te voeren. Daarbij wordt een deel van de bomen uit het bos weggehaald om de overblijvende bomen beter te laten groeien. 
De bosbezitter heeft meestal zelf het beste idee welke bomen hij wil laten staan en welke moeten worden geveld. De te vellen bomen worden 'geblest': dat is het merken met enkele verfstippen of het plaatselijk weghalen van de schors met een blesmes. Daardoor kan de velling door gespecialiseerde bosbouwondernemers worden uitgevoerd volgens de wens van de bosbezitter. Het is bij machinaal vellingswerk van belang dat de boom meerdere stippen krijgt omdat anders de zichtbaarheid vanuit de bosbouwmachine niet voldoende is. 

Veroorzaakt houtoogst schade aan de natuur?

Waar gehakt worden vallen spaanders, dat is onmiskenbaar. Net als: 'wie mooi wil gaan moet pijn uitstaan'. Zo is het met bosbeheer ook: hoe vakkundig en zorgvuldig er ook wordt gewerkt in de houtoogst, het is onvermijdelijk dat er een zekere mate van beschadiging aan wegen, ondergroei en hier en daar een blijvende boom plaats vindt. De mate en soort van beschadiging laat zich tijdens en vlak na de oogst overigens meestal ernstiger aanzien dan na verloop van jaren. Dan is er meestal niets meer van terug te vinden en is het bos beter gaan groeien dankzij de ingreep. Houtoogst die vlaktegewijs plaats vindt is vaak ook verrijkend voor de natuur omdat de open plek van een kapvlakte weer kansen geeft voor vlinders, boompieper, nachtzwaluw, adder en allerlei insecten die niet in het gesloten bos voorkomen. In die zin dragen verjongingsvlakten bij aan de biologische diversiteit in bossen. 
Dat er bij het vellen van bomen in voorjaar en zomer extra aandacht voor broedvogels is spreekt vanzelf. De professionele bosbouwaannemers overleggen met de bosbezitter wat de beste werkvolgorde is om verstoring van vogelnesten (en natuurlijk ook van dassenburchten) zo veel mogelijk te voorkomen. Hoe dat moet is vastgelegd in de Gedragscode zorgvuldig bosbeheer. Deze code is door de Minister van LNV goedgekeurd.

Wat doet een houthandel voor werk?

Er zijn twee soorten houthandel: de handel in rondhout en de handel in gezaagd hout en plaatmateriaal. In déze context hebben we het over de rondhouthandel. Zo'n bedrijf levert verschillende rondhoutsortimenten aan verschillende rondhoutverwerkende bedrijven. Om dat te kunnen doen wordt bij boseigenaren langhout op stam ingekocht: dat zijn de door de bosbezitter gebleste bomen die staande in het bos worden verkocht. Het is de taak van de rondhouthandel om de oogst uit te voeren, te zorgen dat de boomstammen optimaal worden ingekort naar de verschillende bestemmingsmogelijkheden en dat ze worden vervoerd. 
Om afnemers te kunnen bedienen met regelmatige leveringen van het gewenste hout koopt de houthandel meerdere partijen hout in bij meerdere boseigenaren (soms ook in het buitenland). In de meeste gevallen heeft een rondhouthandel zelf personeel en machines om de houtoogst uit te voeren en een of enkele vrachtwagens voor het houttransport van bos naar verwerkende industrie. Veel wordt ook gebruik gemakt van gespecialiseerde aannemers die een of enkele onderdelen van de werkzaamheden in de keten tussen bos en industrie uitvoeren. 
De rondhouthandel heeft in de kleinschalige bosbouw een belangrijke functie omdat bosbezitters elk voor zich onvoldoende kennis en onvoldoende hout hebben om zelfstandig het hele logistieke traject succesvol te kunnen uitvoeren. De houthandel neemt met de aankoop van hout op stam zowel boseigenaar als houtverwerkende industrie veel werk uit handen: ze bundelt het zeer diverse langhoutaanbod van zeer veel boseigenaren dat op verschillende momenten en manieren wordt aangeboden tot regelmatige houtleveringen van de gewenste sortimentspecificaties aan de verwerkende industrie. 
Alle markt-, prijs- en andere risico's worden daarbij door de handel overgenomen. 

Meer weten? Bekijk de AVIH Ledenlijst!

Is houtproductie en -oogst belangrijk voor de bosbezitter?

Productie én oogst van hout zijn belangrijk voor elke bosbezitter die tegen zo laag mogelijke kosten wil 'sturen' in zijn bossamenstelling ten behoeve van het goed functioneren van het bos. Hoe productiever het bos, hoe meer hout er kan worden geoogst en verkocht. In Nederland heeft bos meer functies dan het produceren van hout. Daardoor is nergens sprake van maximale houtproductie. Toch is ook dan houtproductie en oogst van belang om het bosbezit economisch mogelijk te maken. Over de afgelopen 25 jaar is gebleken dat inkomsten uit hout gemiddeld 37% van alle opbrengsten uitmaken die particuliere bosbezitters weten te realiseren. De opbrengsten bestaan verder nog voor gemiddeld 47% uit subsidies en 16% uit andere zaken zoals jachtinkomsten en recreatie. 
Hout is dus de belangrijkste inkomstenbron voor de bosbezitter als overheidssubsidies wegvallen of verminderen.

Wat is de waarde van inlands hout?

De waarde van inlands hout op de plaats van verwerking - zagerij, papier- of (spaan)plaatfabriek - is voor inlands hout identiek aan buitenlands hout van dezelfde specificaties. Dat geldt bij binnenlandse en buitenlandse verwerkers. 
Ook voor het gerede product bestaat geen prijsverschil. In sommige marktgebieden - emballagehout, waterbouwhout - heeft vers gezaagd inlands hout een concurrentievoordeel op geïmporteerd hout. Dat voordeel bestaat eruit dat geïmporteerd hout als gevolg van de meestal toegepaste kunstmatige droging duurder is terwijl die droging niet noodzakelijk is. Ongedroogd inlands hout dat snel in de juiste maat op bestelling - just in time delivery - kan worden geleverd heeft een concurrentievoordeel. Voor sommige andere marktgebieden heeft Nederlands hout het nadeel van een te klein kwantum van de juiste kwaliteit om daar een positie te kunnen opbouwen naast het importhout. 
De waarde van inlands hout op de plaats van productie - het bos - is veelal hoger dan voor identiek hout in het buitenland in het bos wordt betaald. De oorzaak daarvan is gelegen in de efficiënte, kostenbesparende ketenorganisatie die bij verkoop op stam mogelijk is en de zeer diverse rondhoutmarkt die Nederland kent. De diversiteit aan rondhoutbestemmingen heeft te maken met de veelheid aan paalhoutsortimenten voor land- en waterbouw (Nederland - waterland) en de veelheid aan emballage- en palletsortimenten (Nederland - distributieland). Vooral de vraag naar pallethout maakt het mogelijk om dun, kort rondhout toch nog te verzagen terwijl dergelijk hout in Scandinavië tegen lagere opbrengsten in de celstofindustrie worden verwerkt. 

Hoe wordt hout gemeten?

Rondhout is lastig te meten: geen stam en geen stamstuk is zo rond als een cilinder. De inhoud van een cilinder is gemakkelijk te bepalen: oppervlak van de doorsnee maal de lengte. Rondhout daarentegen heeft een onregelmatige doorsnede en bovendien is de doorsnede aan de stamvoet groter dan aan de top. In elk stamstuk is sprake van dit 'verloop'. Een andere onregelmatigheid is de schorsdikte en de mate waarin de schors nog aanwezig is (bij machinale houtoogst, vooral in het groeiseizoen, wordt een deel van de schors verwijderd). Bovendien zijn er takaanzetten, wortelaanlopen en krommingen die maken dat een stamstuk nooit mooi rolrond is. Om toch een zo goed mogelijke benadering te krijgen van de hoeveelheid zijn er meetrichtlijnen afgesproken. (Richtlijnen voor het meten van inlands rondhout - uitgave Bosschap 2002.) Wanneer die door deskundigen worden gehanteerd is het mogelijk om een goede schatting te maken van het houtvolume van staande bomen, van gevelde bomen en van hout dat in een rolstapel langs de weg ligt. 

Op moderne zagerijen wordt met behulp van de computer heel nauwkeurig het volume gemeten door automatische diametermeting op elke 10 cm van een stamstuk. Daardoor 'weet' de computer precies hoe elk stamstuk er uit ziet en ook hoe deze het beste kan worden verzaagd tot planken en balken. Computers meten ook het hout al tijdens de oogst. Dan gaat het om computermeting die is ingebouwd in de oogstmachine. 
Naast volumemeting wordt ook gewichtsmeting toegepast. Vooral de houtsoort populier wordt meestal op tonnenbasis verhandeld. Ook sommige spaanplaathoutsortimenten worden op tonnenbasis verkocht.

Wat is een stère / Wat is een m3?

Een stère is een volumemaat voor gestapeld rondhout: het is voor te stellen als een kubieke meter die vol is gestapeld met stamstukken van 1 meter lengte. Vanzelfsprekend zit er dan zoveel loze ruimte tussen al die onregelmatig gevormde stamstukken dat er geen sprake is van een 'vaste' kuub hout. Om te kunnen berekenen hoeveel vaste kubieke meter hout er in een stère gaat moet een ervaren deskundige een goede schatting maken van de conversiefactor. Die factor is afhankelijk van tal van aspecten zoals lengte, gemiddelde diameter, wijze van stapeling, rechtheid van het hout e.d. In de handel wordt vaak gewerkt met gemiddelde conversiefactoren. Per rolstapel of vrachtwagen zullen afwijkingen van dit gemiddelde voorkomen. 
In onderstaande illustratie wordt duidelijk dat een prijs per stère lager is dan een prijs per m³ zonder dat dit voor het verkoopresultaat wat uitmaakt. Vaak wordt hout in stères gemeten omdat dat een snelle en goedkope manier van meten is.stere2.gif

Wat kost het aanleggen en beheren van een bos?

De aanlegkosten van nieuw bos bestaan - afgezien van grondaankoopkosten - uit de kosten van grondbewerking, het plantwerk en het plantmateriaal. Het hangt van grondsoort en boomsoort(en) af hoe duur een hectare nieuw bos wordt. Doorgaans kan dat voor bedragen onder de € 4.000,= worden gerealiseerd. Het beheren van bos door particuliere bosbezitters die meer dan 50 ha. bos bezitten kost circa € 200-250 per hectare per jaar. Die kosten worden maar ten dele vergoed door houtopbrengsten, subsidies en andere opbrengsten zoals jachtpacht. Een bedrijfseconomisch verlies van tientallen Euro's is niet ongewoon, zo blijkt uit cijfers van het Landbouw Economisch Instituut. Deze cijfers zijn moeilijk te vergelijken met andere investeringen of met bosbezittingen in het buitenland omdat in Nederland de wet op de inkomstenbelasting niet van toepassing is op bosbezit. Kosten en opbrengsten vallen dus buiten de normale fiscale behandeling die voor andere bedrijfstakken geldt. Ook andere wetgeving zoals de herplantplicht en de successiewet hebben een invloed op het bedrijfsresultaat en de beoordeling ervan. 

Waarom worden de bomen in het bos in stukken gezaagd?

In elke boomstam zitten stamstukken die geschikt zijn voor bepaalde toepassingen. Meestal is het onderste deel van de stam waardevoller omdat het geschikt is voor verzaging terwijl het bovenste deel meer geschikt is voor spaanplaat en papierindustrie. Verder zijn er nog (hei)paal bestemmingen en hout dat na de verzaging bestemd is voor emballage- en pallethout. Het is de kunst om elke stam zó op te delen dat de optimale geldswaarde wordt verkregen. Het opdelen, 'uitponden', van stammen kan op verschillende plaatsen gebeuren: in het bos meteen bij de stobbe, langs de bosweg en op een speciale rondhoutsorteerstraat. Tot voor kort gebeurde dit uitponden meestal door een vakman met een motorzaag die allerlei sortimenten (maten en prijzen) in zijn hoofd had zitten. Tegenwoordig wordt dat meer en meer gedaan met behulp van een computer die is ingebouwd op de rondhoutsorteerstraat of op de houtoogstmachine. In dat geval wordt bij de velling de boom meteen opgewerkt in de op dat moment meest gevraagde stamstukken. Bij een goede afstemming in de keten oogst-transport-verwerking worden deze stamstukken, gesorteerd op bestemming, binnen een paar dagen uit het bos naar de bosweg vervoerd om vandaar per vrachtwagen naar het verwerkend bedrijf te worden getransporteerd. 
Deze korthoutmethode - stam opdelen bij de stobbe - maakt het mogelijk de industrie snel de gevraagde specificaties te leveren. 

delen.gif

Zijn er echte productiebossen in Nederland?

In Nederland zijn vrijwel alle bossen door mensen aangelegd en hebben ze allemaal automatisch méér dan een functie. Zuiver productiebos bestaat niet - er is altijd sprake van landschappelijke, recreatieve en natuurwaarden. Zuiver natuurbos bestaat niet - er wordt altijd hout geproduceerd omdat bomen nu eenmaal groeien. 
Zuiver recreatiebos bestaat niet - ook in bossen met een belangrijke recreatiefunctie groeien bomen die hout produceren en biodiversiteit met zich brengen. 
Bos in Nederland is dus altijd multifunctioneel. Per beheerder zijn er uiteraard wel verschillende benaderingen van wat het belangrijkste is. Dat verschuift ook in de tijd. In het verleden was stuifzandvastlegging en landschappelijke verfraaiing van landgoederen belangrijk. Jachtgenot is belangrijk geweest voor de bosinrichting en tegenwoordig zijn recreatie en natuurbeleving belangrijk voor veel bosbeheerders. Dankzij die verschillende beheersopvattingen is het Nederlandse bos zeer divers geworden. Dat betreft zowel de boomsoortensamenstelling, de leeftijdsopbouw als de structuur van het bos. Het Nederlandse bos geeft daardoor veel meer variatie te zien dan bijvoorbeeld het Zwarte Woud of de Ardennen in Duitsland of de eeuwig zingende bossen in Scandinavië. 

Hoe verhoudt het Nederlandse bos en hout zich tot de internationale markt?

Ongeveer 45% van het Nederlandse hout gaat naar zagerijen. Nog eens zo’n hoeveelheid gaat naar de plaat- en papierindustrie. In Nederland hebben we geen platenproducenten meer. In de ons omringende landen bevinden zich diverse platenproducenten, met eigenaren van diverse landen. Het afzetgebied van de platenindustrie is ‘regionaal’, dat wat nog met trein en vrachtwagen te bereiken is. Nederlands hout komt in plaatmateriaal overal in Europa terecht. Papier en pulp wordt daarentegen met boten over de hele wereld verscheept. De papierproducenten in Nederland hebben allemaal ook buitenlandse eigenaren en zijn spelers op de wereldmarkt. Prijzen aan de poort zijn voor een deel dus ook afhankelijk van de wereldprijzen voor papier en pulp. Hout uit het Nederlandse bos draagt op deze manier haar steentje bij aan de internationale handelsmarkt.