vlag-nederlands.png vlag-engels.png vlag-duits.png

Hout meten

Sinds 1960 bestaan er al richtlijnen voor het meten van hout. Steeds was het doel te komen tot een uniforme en controleerbare indeling en meting ten behoeve van de houtverkoop. Belanghebbenden beschikken dan over betrouwbare informatie. Immers, voor de vaststelling van de hoeveelheid is een uniforme meetmethode essentieel en voor het vaststellen van de hoedanigheid is een uniforme kwaliteitsindeling onmisbaar. Bij de levering en verkoop van hout, de uitvoering van de bosexploitatie en het houttransport moeten koper en verkoper (hiermee worden ook aannemer, opdrachtgever en vervoerder bedoeld) het eens zijn over de toe te passen meetmethode.

Het hout kan op verschillende locaties worden gemeten: in het bos, aan de bosweg, op een vrachtauto en bij de rondhoutverwerkende industrie
Het meten kan op verschillende wijzen plaatsvinden: op stam, geveld langhout en gekort op de stapel.
De gebruikelijke eenheden voor het bepalen van de inhoud zijn: m³, stères en tonnen.

Welke meetmethode het meest geschikt is voor koper en verkoper hangt bijvoorbeeld af van de verhouding tussen houtopbrengst en meetkosten, de aard van het te leveren hout, de wijze van exploitatie en de terreinomstandigheden.

Meten van hout is niet gemakkelijk omdat de vorm van de stammen nooit hetzelfde is. Meten gebeurt dan ook met een zekere mate van subjectiviteit. Het verdient daarom aanbeveling conform de richtlijnen van het Bosschap te meten.

De richtlijnen zijn verplicht van toepassing op rondhout dat wordt verhandeld met de aanduiding ‘volgens de EG normen ingedeeld’. Maar men is vrij om niet – volledig – volgens deze EG-richtlijnen in te delen en te meten. Het is dan aan te bevelen afwijkingen ten opzichte van de EG-richtlijnen schriftelijk aan te geven. Voor de Nederlandse praktijk verdient het aanbeveling om gebruik te maken van de uniforme meetmethoden die zijn beschreven in de Bosschapsrichtlijnen 2002. 


Interessant? Delen!