vlag-nederlands.png vlag-engels.png vlag-duits.png

Biomassa

In 2020 moet 16% van de energie uit duurzame bronnen komen, hiervan zal een substantieel deel uit biomassa moeten worden opgewekt. Van het aandeel biomassa energie zal het grootste aandeel uit bos, natuur en landschap komen. Een substantieel deel daarvan is en/of zal hout zijn. De doelstellingen zijn duidelijk, het potentieel misschien ook wel, maar wat moet er uit de kast worden getrokken om van potentieel beschikbaar naar levering bij de verbrandingsinstallatie te komen. Of  komt de vraag  naar biomassa vanzelf? Vragen over kosten, opbrengsten, logistiek, techniek, geschiktheid, biodiversiteit, concurrentie met bestaande afnemers, oud hout, resthout, subsidieregelingen en import/export zijn er te over.  De AVIH heeft veel expertise te bieden op het gebied van biomassa en zet deze ook voortdurend in in diverse werk- en overleggroepen om de biomassamarkt vooruit te helpen.

Wat is Biomassa?
Biomassa klinkt als een homogeen product, maar niets is minder waar; er is niet één soort biomassa van hout. Er bestaan tal van specificaties. Dat maakt het ook een lastig  (maar boeiend) product. De verschillen zitten voornamelijk in het vochtgehalte, de grootte van de chips, aandeel van blad/schors/naalden en zandbestanddeel. Deze factoren kunnen erg verschillen en volgen voor een groot deel uit de oogstomstandigheden (welk materieel, welk seizoen, welk hout).

Net als varianten in de biomassa, zijn er ook allerlei diverse ketels. En die ketels vragen om biomassa met specifieke eigenschappen. Een ketelhouder doet er goed aan om zijn ketel goed te kennen om problemen te voorkomen. Elke centrale kent zijn eigen eisen aan droogte, toegestaan zandbestanddeel, aandeel blad/naalden/schors, grootte van de aan te leveren chips e.d. De verschillen hangen nauw samen met de toegepaste verbranding of vergassingtechniek.
De AVIH bedrijven die op dit gebied actief zijn, zijn eenvoudig in de ledenlijst terug te vinden. Zij beschikken zowel over de machines om de juiste biomassa te maken/leveren als over de contacten in de markt om leveringen te realiseren volgens actuele marktcondities.

Biomassa kan idealiter het best van lokaal voor lokaal worden ingezet. Maar op dit moment zitten we in een transitiefase van fossilbased naar biobased en staan er nog  niet genoeg ketels in Nederland dat alle biomassa lokaal naar een ketel gebracht kan worden. Tegelijkertijd geldt dat het aanbod biomassa niet snel stijgt. Het zal sterk van prijsstelling en brandstofspecificatie afhangen of hout uit het bos beschikbaar komt.

Wat doet de AVIH?
De AVIH heeft veel expertise te bieden op het gebied van biomassa en zet deze ook voortdurend in in diverse werk- en overleggroepen om de biomassamarkt vooruit te helpen. Daarnaast probeert de AVIH door middel van bijdragen aan onderzoeken, bijeenkomsten en overleggen de biomassa keten aan te jagen.  De AVIH onderhoudt de biomassakaart en houdt deze actueel. Dit is de enige online overzichtskaart voor houtige biomassa. Op deze kaart is te zien hoeveel biomassaketels voor houtige biomassa reeds in gebruik zijn. Indien nuttig en nodig organiseert de AVIH een themabijeenkomst of cursus over een bepaald thema omtrent biomassa.




Inzet van Biomassa

De AVIH vindt het inzetten van biomassa voor duurzame energie opwekking een goede oplossing. Hout is tenslotte een hernieuwbare grondstof en CO2 neutraal en kan daarmee veilig ingezet worden als een duurzame brandstof. Wel geldt dat dat niet roekeloos moet gebeuren, maar met beleid. Zo moet vast staan dat de biomassa wel uit duurzaam beheerde (al dan niet gecertificeerde) bossen komt, zodat het niet ten koste van de boskwaliteit gaat.

Download hier het biomassa woordenboek EN-NL gemaakt door Alterra en Probos


Local for Local

Lokaal voor lokaal is een veel gebruikte zinsnede als het gaat om biomassa. De AVIH vindt idealiter dat biomassa lokaal voor lokaal moet worden ingezet. Inderdaad geldt dat transport van biomassa ten koste gaat van de neutraliteit van de brandstof. Hoe dichterbij de bron energie opgewekt wordt, hoe minder CO2 verloren gaat. Echter geldt ook dat het aandeel CO2 dat door transport uitgestoten wordt, is maar enkele procenten op het geheel. Dat komt omdat biomassa in grote hoeveelheden over de wereld getransporteerd wordt. Dus ook als biomassa  regionaal of internationaal getransporteerd wordt blijft het een  ‘low-carbon’ brandstof en daarmee een groene oplossing.  Daarnaast  zullen we moeten erkennen dat we in een transitiefase zitten tussen fossil based en biobased. Zolang er lokaal nog niet genoeg afzetmogelijkheden (ketels) zijn, zal de biomassa naar  ketels verderop gaan. Ook het verhaal van lokaal voor lokaal heeft alles te maken met vraag en aanbod. Naarmate de biomassa keten verder ontwikkeld wordt, zal dit ideaal steeds vaker bereikt kunnen worden.

Afvalregelgeving

Door een vertaalfout van de Europese tekst naar de Nederlandse tekst, bestond er de afgelopen jaren een discussie inzake afval/niet afval rond biomassa van materiaal afkomstig uit de bosbouw. Op 5 april jl. is dat gerectificeerd. Dit betekent dat nu alle verse, houtige biomassa niet gezien wordt als afval, ongeacht of het uit bos, landschappelijke beplanting of park komt. Dit betekent ook dat er in de meeste gevallen voor het vervoer, de opslag en de verbrandingsinstallaties geen afvalvergunning meer nodig is.

  • Voor het officiële rectificatie document, klik hier
  • Bestel hier de AVIH Brochure "Houtig (rest) materiaal is géén afval!
  • In een notitie beantwoordt de AVIH enkele vragen hierover. 
  • Voor verdere informatie over de betekenis van deze rectificatie, zie vraag en antwoord bij www.agentschapnl.nl
    (programma’s en regelingen: de Europese kaderrichtlijn afvalstoffen en de wet milieubeheer)

De AVIH zal bijdragen aan duidelijkheid over deze ‘nieuwe’ regels.

Certificeren biomassa

Er is een Europese wettelijke regeling voor duurzame brandstof (vloeibare transport) maar niet voor vaste biomassa zoals hout. De Europese Commissie heeft begin 2011 een publieke consultatie gedaan naar de opvattingen hierover. Ook de AVIH maakte gebruik van de gelegenheid om zijn opvatting aan te geven. De bedoeling was om voor 1 januari bekend te maken of er een wettelijke regeling zou moeten komen en wat die zou moeten inhouden. Dat is niet gelukt. Intussen accepteert de Nederlandse overheid meerdere certificeringsystemen bij toekenning van de SDE subsidie.

Voor wat betreft houtige biomassa stellen bijvoorbeeld landen zoals Zweden, Oostenrijk, Finland en Tsjechië dat ze geen extra regelgeving wensen, terwijl andere landen, zoals Nederland, wel willen dat er in heel Europa een uniforme regel geldt. De "Boslanden" wijzen erop dat ze al sinds jaar en dag op verantwoorde manier gebruik maken van de energie uit hout zonder regelgeving. Importlanden daarentegen willen niet dat ze het risico gaan lopen elders in wereld ongewenste effecten op het bos te veroorzaken door specifieke biomassa oogst. Feit is dat alle Europese landen per maart 2013 van alle hout, dus ook energiehout, al zullen moeten kunnen bewijzen dat het legaal is geoogst . Daarnaast geldt voor alle bosproducten uit gecertificeerd bos - dus ook energiehout/biomassa - dat het enkele feit dat het FSC of PEFC gecertificeerd is, maakt dat het al aantoonbaar duurzaam is. Dat zou extra regelgeving overbodig moeten maken. 

Niettemin: intussen zijn er al talloze initiatieven van bedrijven en van organisaties die een systeem van duurzaamheidcertificering hebben ontwikkeld. Dat is een gevolg van het gebrek aan duidelijkheid vanuit Europa. Het is op dit moment niet zo makkelijk om in te schatten welk van de systemen uiteindelijk aan de Europese eisen zal voldoen. De Europese Commissie is in ieder geval een voorstel aan het voorbereiden voor het Europese Parlement. Over de inhoud en de status wat betreft wettelijke verplichting is nog niets bekend.

  • Certificeringschema
  • Via deze link is de informatie verkrijgbaar over de Renewable Energy Directive. 
    Daarin is ook het overzicht te vinden van de meer dan 150 reacties die burgers, overheden en organisaties hebben gegeven.

Nutriëntencyclus

Het mobiliseren van biomassa gaat ook gepaard met vragen over verschraling van bossen. Kan biomassa wel geoogst worden zonder dat de kwaliteit van bossen achteruit gaat? Diverse onderzoekers hebben dit onderzocht, maar het blijkt een lastig onderwerp, want de resultaten zijn niet altijd eenduidig of makkelijk te interpreteren.

Het probleem met onderzoek doen op dit gebied is dat het lastig te simuleren is, en ook lastig op te schalen vanwege de specifieke omstandigheden van de verschillende bossen. De AVIH vindt ook dat er per locatie bekeken moet worden of oogst van biomassa verantwoord is. Dit moet echter wel op een praktische wijze gebeuren.

Professionals hebben verstand van de bodem, weten wat de diverse boomsoorten aan voeding nodig hebben en zien aan het bos of het in goede, dan wel slechte conditie verkeerd. Zij kunnen daarom heel goed bepalen of het weghalen van extra tak- en tophout eens in de 5 jaar (bij een reguliere dunning) verantwoord is of niet. In het algemeen is de AVIH van mening dat op schrale gronden er geen biomassa afgevoerd moet worden, maar op rijke gronden dit geen probleem is.

Ook is de AVIH van mening dat het terugbrengen van schone as om de nutriëntenkringloop sluitend te maken, een goede oplossing is, zolang dit met beleid uitgevoerd wordt. Zweden past dit al geruime tijd toe en in Nederland zouden we dan ook van de Zweedse praktijk kunnen leren.

Vergunningplicht & Emissie-eisen voor houtgestookte biomassa ketels

Biomassaketels dienen, net als alle andere energiecentrales, aan de geldende wet- en regelgeving te voldoen. Indien u een biomassa ketel wilt plaatsen, moet u weten of u vergunningplichtig bent en aan welke eisen u dient te voldoen. Voor uitgebreide en actuele informatie kunt u kijken op de website van Infomil. Over het algemeen kan gezegd worden dat bedrijven mogelijk te maken hebben met milieuvergunningen en particulieren niet. Wel moet in beide gevallen aan de Europese eisen voldaan worden. Wanneer een milieuvergunningen verplicht is, kunnen deze worden aangevraagd bij de gemeente. Gemeentes mogen strengere eisen stellen dan wettelijk verplicht. In de praktijk maken gemeenten daar ook gebruik van, zeker als het gaat om situaties in of dichtbij dicht(er) bewoond gebied.

Voor kachels (warmte wordt direct aan lucht overgedragen) is er geen vergunningplicht en gelden geen emissie-eisen.

Sinds de inwerkingtreding van het Activiteitenbesluit, derde tranche, op 1 januari 2013, geldt er voor ketels (warmte wordt overgedragen op medium zoals water) tot 15 MW thermisch, geen vergunningsplicht meer. Wel moet u aan de emissie-eisen voldoen, op grond van het Activiteitenbesluit, zie tabellen hieronder.

Voor ketels kleiner dan 1MW geldt dat de inwerkingtreding van de emissienormen is uitgesteld tot 1 januari 2015. Tot 1 januari 2015 gelden, op basis van het overgangsrecht in het Activiteitenbesluit, de normen die reeds lang in de NeR (Nederlandse Emissie Richtlijn) zijn opgenomen:

Voor ketels tot 0,5 MW: 150 mg/Nm3
Voor ketels tussen 9,5 en 1 MW: 75 mg/Nm3

Tabel 3.10a

Ketelinstallatie met een nominaal vermogen tussen de 400 kilowatt en de 1 Megawatt

Brandstof

Stikstofoxiden (NOx )
(mg per normaal kubieke meter)

Zwaveldioxide (SO2 ) 
(mg per normaal kubieke meter)

Totaal stof
(mg per normaal kubieke meter)

Onverbrande koolwaterstoffen(Cx) Hy) 
(mg per normaal kubieke meter)

Brandstof in vloeibare vorm, met uitzondering van biomassa

120

200

20

Biomassa

300

200

40

Aardgas

70

200

Brandstof in gasvorm, met uitzondering van aardgas

70 vermenigvuldigd met een factor die gelijk is aan de verhouding van de onderste verbrandingswaarde van de ingezette brandstof, uitgedrukt in MJ per normaal kubieke meter, tot een verbrandingswaarde van 31,65 MJ per normaal kubieke meter, waarbij de laatstgenoemde factor minimaal 0,9 en maximaal 2,0 bedraagt

200

Houtpellets voor zover het geen biomassa betreft

300

200

40

 

 

Tabel 3.10

Ketelinstallatie met een nominaal vermogen van 1 megawatt of meer

Brandstof

Stikstofoxiden (NOx
(mg per normaal kubieke meter)

Zwaveldioxide (SO2 )
(mg per normaal kubieke meter)

Totaal stof
(mg per normaal kubieke meter)

Onverbrande koolwaterstoffen (Cx Hy)
(mg per normaal kubieke meter)

Brandstof in vaste vorm, met uitzondering van biomassa

100

200

5

Brandstof in vloeibare vorm, met uitzondering van biomassa

120

200

5

Biomassa, voor zover de ketelinstallatie een thermisch vermogen kleiner dan 5 megawatt heeft

200

200

20

Biomassa, voor zover de ketelinstallatie een thermisch vermogen van 5 megawatt of groter heeft

145

200

5

Aardgas

70

200

Brandstof in gasvorm, met uitzondering van aardgas

70 vermenigvuldigd met een factor die gelijk is aan de verhouding van de onderste verbrandingswaarde van de ingezette brandstof, uitgedrukt in MJ per normaal kubieke meter , tot een verbrandingswaarde van 31,65 MJ per normaal kubieke meter , waarbij de laatstgenoemde factor minimaal 0,9 en maximaal 2,0 bedraagt

200

Er is een overgangsperiode tot 1 januari 2017, voor middelgrote stookinstallaties (50MW) is de overgangsperiode tot 1 januari 2016.
Tijdens de overgangsperiode tellen de huidige emissie eisen, de eisen uit de BEES A of de BEMS.

BEES A is van toepassing op die ketels waar de provincie het bevoegd gezag is. Wanneer de gemeente het bevoegd gezag is, gelden de BEMS. Op pagina 14 van het rapport over de BEMS staat een beslisboom voor emissie-eisen, waaruit u kunt afleiden wat voor uw situatie de geldende wetgeving is.

Voor biomassagestookte installaties komt de grens voor vergunningplicht te liggen bij een thermisch vermogen van 15MW. Onder deze grens is geen vergunning nodig als de vrijkomende warmte nuttig wordt gebruikt en de verbranding materiaalhergebruik niet belemmert.

 

Terug naar dossiers