Logistiek
Rondhoutondernemers voorzien zich dan ook steeds meer van de modernste technieken om zich op de internationale ontwikkelingen aan te passen.
Rond 1900 gingen nog circa 700 houtvlotten vanaf de omgeving van Mainz richting Nederland. Door veranderde bouwmethoden en de vestiging van de industriële houtverwerking in Zuid Duitsland kwam aan het varen met houtvlotten een eind. Het over de Rijn loodsen van zo’n enorme massa aan hout was geen eenvoudige opgave. Een Holländerflösse bestond uit meerdere delen die ten opzichte van elkaar konden bewegen. Het vlot was daardoor een beetje stuurbaar. Verder waren er riemen aan weerszijden van het vlot aangebracht. Bij moeilijke passages werd gebruik gemaakt van ankers. Om alles in goede banen te kunnen leiden werd het vlot begeleid door zo’n 20 aken. Die aken waren ook nodig om het hout op te pikken dat soms van het vlot los kwam wanneer er bijvoorbeeld een zandbank geraakt werd. Gedurende de reis stroomafwaarts stond er een klein dorp op het vlot. Tenten en hutten waren het tijdelijk onderkomen voor ca. 500 personen. Een deel daarvan was nodig om het vlot te bedienen. Het merendeel voer als passagier mee. Grote boomstammen, mastbomen eigenlijk, heten in Duitsland nog altijd ‘Holländer’. Op het hoogtepunt van de handel kwam jaarlijks 150.000 kuub hout de Rijn afzetten, gebundeld in 10 tot 15 gigantische houtvlotten. Ze werden gevaren door speciaal gebrevetteerde kapiteins en stuurlui, en een ploeg roeiers. Al dat volk bivakkeerde de gehele reis stroomafwaarts op het drijvende vlot. Later, halverwege de 19e eeuw, werden de vlotten gesleept met stoomslepers. In 1968 kwam het laatste houtvlot de Rijn af. Eindpunt van de Holländerflösse was meestal Dordrecht. Daar werden de vlotten afgebroken om vervolgens de stammen in kavels te verkopen.
|
| © 2012 - AVIH |
| Algemene Vereniging Inlands Hout | AVIH Kokermolen 11 3994 DG Houten Postbus 186 3990 DD Houten |
|