Over AVIH: geschiedenis - AVIH 50 jaar geleden

8 november 1949 ontstond het initiatief tot oprichting van een eigen vereniging inlands hout. De hierbij betrokken ondernemers waren tot dan toe lid van de Vakgroep Groothandel in Hout. Bij afwezigheid van e-mail, fax en mobiele telefoon duurde het allemaal even voordat op 8 december 1951 de statuten van de AVIH bij de notaris passeerden.

Met een startkapitaal van ƒ 16.526,54 was de Algemene Vereniging Inlands Hout een feit.
Op 8 december 2001 bestond de AVIH dus 50 jaar. De vereniging heeft er toen bewust voor gekozen om er géén symposium, receptie, studiedag of grote publiekshappening van te maken. Het PR effect daarvan zou te kortstondig zijn. De AVIH moet het hebben van voortdurend zèlf het goede verhaal vertellen. De vereniging investeert in zichzelf: in onderlinge contacten, in uitwisseling van informatie, in verbetering van eigen kwaliteit.

Het eigen verhaal goed op orde hebben is de beste promotie voor het vakgebied. Niet om als inlands hout in zichzelf gekeerd te blijven, maar ook niet om de wereld te verbeteren. Die filosofie is voor de AVIH niet nieuw.

Nederland heeft géén oerwouden
Er stappen geen olifanten rond op de Veluwe.
Er zijn geen romantische bergstromen en er zijn geen acrobaten, die van stam tot stam springen in wilde beken.
Er zijn in Nederland geen houthandelaren, die over bulldozers regeren en die ontzaglijke exploitaties leiden.
De inlandse houthandel is daardoor min of meer een wereld op zichzelf.
De inlander komt nog in het bos.
Hij maakt nog mee, dat het hout een boom was.
Hij heeft te maken met die bossen en die bomen, en met het dáár vandaan komende hout.
Hij is eigenlijk een heel andere houthandelaar dan een importeur, dan een detaillist van gezaagd hout.
Het is ook misschien daarom wel, dat hij zich het beste thuis voelt bij zijn eigen mensen.
Hij heeft een eigen milieu en hij gevoelt zich wat onwennig in de grote groep, die de verzamelnaam houthandel voert.
Zijn problemen liggen in een apart vlak, ook zijn voorlichtingsproblemen.
Jarenlang heeft inlands hout een plaatsje gehad bij het Houtvoorlichtingsinstituut.
Nog steeds denkt inlands hout met grote waardering aan de hartelijke wijze, waarop het H.V.I. het inlandse hout tegemoet trad.
Waar van propaganda werd gesproken heeft het H.V.I. het inlandse hout een ruim deel gegeven.
Maar toch steeds werd er gevoeld, dat de voorlichting haperde.
Dat is ook een specifiek terrein.
Dat hout een artikel is met zovele goede eigenschappen, is al bekend sinds er op aarde bomen groeien.
Dat het Nederlandse bos, het nationale bos, ook hout levert dat voor “afgestemde” doeleinden praktisch, goedkoop en verantwoord is, vraagt een eigen voorlichting.
Die wil inlands hout kunnen geven.
Het is nodig om problemen te bestuderen en toepassingen te beproeven.
Met eerlijke, doelmatige voorlichting door de kenners van het inlandse hout zelf is een ieder gediend.
Inlands hout is niet voor alle maar wel voor vele doeleinden te gebruiken.
Inlands hout staat één ding duidelijk voor ogen: men komt er niet van af met één devies.
Voor (inlands) hout zal er een verantwoorde voorlichting nodig zijn. De gebruiker zal zich met vertrouwen moeten kunnen wenden tot inlands hout zelf, om te weten waaraan hij toe is.
Het Nederlandse hout, het nationale hout, gaat meetellen.
15% van de behoefte aan hout groeit op eigen bodem.
Er komt steeds meer begrip voor de mogelijkheden van het gebruik.
Architecten, aannemers, industrie en ambacht hebben belangstelling en willen weten wat er met inlands hout is te bereiken.
Dat is een algemeen Nederlands belang, doch ook een belang van deze groepen zelf.
Vanuit zijn eigen wereld met zijn eigen klimaat wil inlands hout verstaanbare taal spreken, met volledige erkenning van ieders terrein, maar ook erkenning vragend voor de inlandse problemen en doelstellingen.

Deze tekst, hoe actueel ook, is toch al bijna 50 jaar oud. De Houtwereld van december 1958 nam deze tekst op van voorzitter W. Kan van de afdeling propaganda van de AVIH.
In dat nummer staan zo nog wel een paar opmerkingen en artikelen die vandaag niets aan actualiteit hebben verloren.

Secretaris J. van der Valk die schreef over de nuttige functie van de inlandse handel:

“De handelaar tracht het totaal van de 750.000 m3, welke per jaar in Nederland valt, zo juist mogelijk naar de diverse bestemmingen te kanaliseren. Hij zoekt een uitweg voor bijprodukten, want kruimels zijn ook brood: het zaagsel wordt gebruikt door rokerijen en ten behoeve van de fundering van wegen, aanvallend hout wordt in grote hoeveelheden als stuwhout gebruikt.”

“Het overgrote gedeelte van dit hout wordt vanaf de groeiplaats tot aan de eindbestemming geleid door de kanalen van de inlandse houthandel. Essentieel is dat de inlandse houthandel het hout rechtstreeks van de producent en nog op stam staand koopt. Met zijn kennis van de eisen van de afnemers deelt de handelaar reeds in het bos het hout in.”

AVIH voorzitter G.A. van der Burg had het over Prima “Frans” beuken in (en uit) Nederland:

“Men kan niet zeggen dat de Nederlander in doorsnee een chauvinistisch mens is. Integendeel: vrijwel bij alles wat hij koopt geeft hij de voorkeur aan een buitenlands produkt. Talloos zijn zelfs de voorbeelden van artikelen van Nederlandse herkomst, die onder Amerikaans, of Engels, of Frans etiket hier gretig aftrek vinden.
Ook bij het inlands beukehout is dit min of meer het geval.”

Zorgen waren er ook toen:
Waar gaat het naar toe met de prijzen van populieren op stam?

Het moge waar zijn, dat bij een geringer aanbod van enig artikel, bij een gelijkblijvende of toenemende vraag, een prijsstijging daaruit kan voortvloeien. Doch uiteindelijk is toch bepalend voor de prijs van grondstof die prijs, welke voor het eindprodukt lonend kan worden gemaakt. Is het eindprodukt niet lonend aan de markt te brengen dan komt men uiteindelijk noodzakelijk voor het feit te staan om òfwel:
- een lagere prijs te betalen voor de grondstof;
- met verlies te verkopen;
- de produktie van het betreffende artikel te staken.
Nadrukkelijk willen wij hier er nog eens op wijzen, dat in de laatste jaren steeds meer vervangingsmateriaal op de markt komt, waartegen het eindprodukt van populierehout het moet opnemen. Indien dit vervangingsmateriaal gelijkwaardig is en lager in prijs, zal dit het populierenprodukt onherroepelijk verdringen.

Over de eiken schreef Jan B. Nijenhuis:
Inlands eiken, een beste soort.

Wil een eik tot een zware en lange stam uitgroeien, dan heeft hij goede grond nodig, hetgeen echter niet wil zeggen, dat op lichte grond, b.v. in de duinstreken en in Drenthe, geen eiken zouden groeien. Doch deze vormen daar, heel algemeen gesproken, geen ideale stam.”

Ook toen al wisten houthandelaren heel goed dat verloofing niet overal tot kwaliteitshout leidt! En ook toen kwam er een artikel met de kop:

"Laten we nu eens afrekenen met de heersende opvatting, dat Nederlands hout weinig meer is dan onkruid, goed genoeg voor brandhout."
Over de inkoop en de exploitatie werd geschreven:

“De exploitatiewerkzaamheden moeten geschieden in de meest ongunstige tijd van het jaar met kansen op een natte herfst, een strenge winter (hoewel kwakkelweer nog wel zo erg kan zijn), onwerkbaar weer in het voorjaar, terwijl men zelfs bij gunstige weersgesteldheid toch altijd te kampen heeft met het euvel van korte werkdagen.”
“Dan komt de houthandelaar te staan voor een beangstigend tekort aan vakmensen; zodra hij door de grootste drukte heen is heeft hij een overschot aan werkkrachten. In slechts weinig sectoren is zo zeer sprake van een seizoenbedrijf als bij de handel in inlands hout. Dit verschijnsel vormt wel een van de grootste problemen waarvoor men zich gesteld ziet en waartegen nog geen kruid is gewassen.”

Veranderd
De afgelopen jaren is er al ontzettend veel gebeurd. Er zijn betere ondernemers, er is meer internationale oriëntatie, er is meer techniek en er is meer elektronica en automatisering. Dat zorgt ervoor dat ondanks ‘lage’ houtprijzen de kosten van oogst, transport en verwerking enorm zijn gedaald. De boseigenaar krijgt derhalve nog steeds voor bijna alle dunningen een plus uitbetaald. In de afgelopen 20 jaar werd de hoeveelheid m3 geoogst hout per werkdag meer dan verdubbeld. De verwerkingssnelheid in een moderne naaldhoutzagerij haalt nu met gemak 60 m1 per minuut. En er is nog lang geen eind aan die ontwikkeling. Om de concurrentie met andere materialen aan te kunnen zal de aankoopprijs voor rondhout door de verwerkende industrie eerder moeten dalen dan stijgen of zelfs maar gelijk blijven. Dat is de opinie van Europa’s grootste houtconcern Stora Enso. Om de boseigenaar toch geïnteresseerd te houden in de productie, oogst en verkoop van hout wordt er flink geïnvesteerd in de ontwikkeling van nieuwe concepten. Logistiek is een sleutelbegrip. Zo is er al een combimachine die het vellen, snoeien, korten en uitrijden in één werkgang uitvoert. Er wordt geëxperimenteerd met een harvester zonder machinist die wordt bestuurd door de machinist van de uitrijcombinatie. Het werk van de machinist op de harvester kan ook nog gemakkelijker worden als de kraan met harvesterkop zelf met een camera de gebleste bomen vindt en vervolgens automatisch opwerkt. Harvesterkoppen die meerdere (dunne) bomen tegelijk snoeien en korten zijn al beschikbaar. Vrachtwagens worden lichter waardoor een hogere beladingsgraad mogelijk is. Er zal ook in toenemende mate gebruik worden gemaakt van nieuwe contractformules tussen houthandel en boseigenaar. Continuïteit in relaties maakt het mogelijk te investeren in nieuwe ontwikkelingen. Wat dat dan allemaal weer kost? Dat is niet allemaal te calculeren. Het is waarschijnlijk dat een uitspraak van meer dan 100 jaar geleden van de Brit John Ruskin (1819-1900) ook de komende 50 jaar wel weer zal gelden:

Als het écht goed moet zijn . . .
Het is onverstandig om veel te betalen, maar het is nog veel erger om weinig te betalen. Wanneer u teveel betaalt verlies u wat geld, dat is alles. Wanneer u daarentegen te weinig betaalt zou u wel eens alles kunnen verliezen, omdat het gekochte object de hem toebedachte taak niet vervullen kan. Volgens de Wetten van de Economie is het namelijk onmogelijk om voor weinig geld veel waarde te verkrijgen. Accepteert u de laagste aanbieding, behoort u voor het risico dat u daardoor neemt, een hoger bedrag in te calculeren. En wanneer u dat doet dan heeft u ook genoeg geld om wat beters te kopen.

Kortom: kwaliteitswerk en goede nakoming van afspraken zijn geld waard. Dat was toen. Dat is nu. Soms is het beter om juist niet de allerhoogste prijs per m3 op stam te willen hebben.





© 2012 - AVIH

Algemene Vereniging Inlands Hout | AVIH
Kokermolen 11
3994 DG Houten

Postbus 186
3990 DD  Houten
Telefoon :
Fax :
E-mail :
Internet :
KvK nr.:
030 - 693 00 40
030 - 692 50 45
info@avih.nl
www.avih.nl
40121781