vlag-nederlands.png vlag-engels.png vlag-duits.png

Bos, Hout en Biomassa

Anno 2012 is vermoedelijk 10% van het Nederlandse grondoppervlak bos. Het aandeel bos heeft flinke schommelingen gemaakt door de eeuwen heen. In vroeger tijden maakten veel mensen gebruik van het bos en de bosproducten (zoals hout en bosvruchten e.d.). Omdat men het bos teveel gebruikte ging de kwaliteit en ook het areaal achteruit, tot een dieptepunt van 4% rond 1900. Op veel plaatsen verschraalde het land en ontstond er heide of zandduinen.

Omdat bos een belangrijke grondstoffenleverancier is, is er vanuit de overheid regelgeving gekomen om ervoor te zorgen dat wat bos is, bos blijft. Zo ontstond de Nood Boschwet in 1917. In 1962 is dit vertaald naar onze huidige Boswet. Hierin staat dat wat bos is, bos moet blijven. Moet er toch gekapt worden, dan moet er ook nieuw bos komen, hetzij door planten hetzij door natuurlijke verjonging. Het liefst op dezelfde locatie, maar anders moet er gecompenseerd worden op vergelijkbare grond.

Natuurlijk is het hebben en behouden van bos voor ons allemaal van belang. Niet alleen vanwege de grondstoffenrol, maar ook vanuit de maatschappij voor de recreationele functie en alle andere ecosysteemdiensten. Voor de AVIH is het bovendien ook nog eens de bestaansbasis en is het daarmee van groot belang hoeveel bos er in Nederland is. Daarom ondersteunt de AVIH elk initiatief voor het meten van het bosareaal. Met name een meting waarmee een trend van het bosareaal van de afgelopen decennia inzichtelijk gemaakt kan worden. Want door het wisselen van methodes ontbreekt dat momenteel voor Nederland en hebben we daardoor een slecht beeld wat voor gevolgen het huidige beleid heeft.

Wat doet de AVIH?

De AVIH is continu actief om het AVIH verhaal over de bühne te brengen: Houtproductie en -oogst is heel goed voor het bos, zolang er maar herbebossing plaats vindt. Dit verhaal wordt op allerlei bijeenkomsten verteld, maar ook op universiteiten, HBO’s en MBO’s. De AVIH is altijd bereid een verhaal te houden voor een groep mensen. Daarnaast is de AVIH actief  betrokken bij allerlei werkgroepen en overleggen omtrent de kwaliteit van het Nederlandse bos, zoals de Nationale Bosinventarisatie en de Green Deal: Weet welk plantmateriaal je (ver)koopt?!. Indien nodig laat de AVIH extra onderzoek doen.




Oogst & Ontbossing

“Wordt er ergens ontbost? Meld het ons!”

De AVIH vindt, net als de overheid en het bosbedrijfsleven , dat er meer hout uit het bos geoogst moet worden. Ook in Europees verband wordt er zo over gedacht. Men vindt dat het gebruik van hout als milieuvriendelijk en hernieuwbaar materiaal noodzakelijk is. Houtproductie krijgt hierdoor extra politiek gewicht. De Europese Commissie:

“Bosbouwproducten spelen absoluut een rol bij het afzwakken van de klimaatverandering door CO2 uit de atmosfeer op te nemen. De specifieke eigenschappen zoals koolstofopslag, hoge graad van recyclingmogelijkheid, hernieuwbaarheid van de grondstof en het feit dat ze minder fossiele brandstof nodig hebben dan andere materialen, maken bosbouwproducten de juiste keuze in de context van beleid om klimaatverandering tegen te gaan door de uitstoot van broeikasgassen te beperken en in toenemende mate te verwijderen. In het bijzonder belangrijke broeikasgasreducties (CO2) kunnen resulteren in de vervanging van de meer energie-intensieve materialen door hout of houtgebaseerde producten.”
(DG ondernemingen, rapport over de rol van bosbouwproducten om de klimaatverandering af te zwakken, 2004.)

Het wordt weleens vergeten, maar houtproductie is in veel landen de enige financiële pijler waarmee de andere bosfuncties gefinancierd worden. Mooi en gevarieerd bos is mogelijk dankzij de oogst van hout. Directeur-generaal dr. A.N. van der Zande van het Ministerie van LNV zei hierover in juni 2004:

“Oogst van Nederlands hout is de moeite waard. Dat is mijn stellige overtuiging. Er zijn veel redenen om te oogsten. Ecologische om beter natuurwaarden te realiseren, esthetische om een aantrekkelijk landschap en leefomgeving te creëren en economische om de realisatie van de gewenste bossen, de natuur en het landschap te financieren. Dikwijls gaan we ervan uit dat deze uitgangspunten niet met elkaar te verenigen zijn. Dikwijls is dit ook de reden om dan maar niets te doen. Een veel gehoorde verzuchting is immers: “Houtoogst baat niet, het levert niks op en je krijgt alleen maar commentaar.”

Toch is dat niet juist. Vakkundige houtoogst levert wel degelijk een betere natuurkwaliteit op en de verkoop van hout levert wel degelijk een bijdrage aan het exploitatiebudget. En het commentaar van het publiek op het vellen van bomen in het bos blijkt ook alleszins mee te vallen. De ervaringen met de campagne ‘Nederlands hout doet mee’ leren dat mensen geen overwegende bezwaren hebben tegen het feit dat er geoogst wordt. Zij willen echter wel weten wat er gebeurt in hun bossen. Zij voelen zich zeer betrokken bij de bossen als belangrijk elementen van het landschap waarin zijn leven, wonen en werken. In alle gevallen is het belangrijk dat houtoogst en terreinexploitatie weloverwogen en vakkundig gebeuren. Dat begint met het maken van een bedrijfsplan en aandacht voor voorlichting aan alle betrokkenen.

Ook al zijn deze citaten al van even geleden, ze zijn nog steeds actueel. Boseigenaren zijn nog steeds op zoek naar financiële dragers van hun terrein. Daarom heeft de AVIH in 2011 een brochure uitgegeven voor boseigenaren “Uw bos, uw toekomst” (AVIH Brochure: Uw bos, uw toekomst), waarin de AVIH verteld dat houtproductie niet in de weg hoeft te staan van natuurdoelstellingen, maar er juist ook aan kan bijdragen. Dat het in het beheer om de juiste balans gaat tussen natuur en productie, zodat  iedereen van het bos kan genieten tot in de lengte van dagen.

Tegelijkertijd maakt de AVIH zich al geruime tijd ernstige zorgen over de manier waarop in Nederland niet meer wordt voldaan aan een van de meest elementaire eisen van een goede boswetgeving: zorgen dat wat bos is, ook bos blijft. De AVIH is  fervent voorstander van het gebruik, en dus de oogst, van Nederlands hout. Vellingen zijn in dat kader prima, mits maar weer wordt herbebost. Herbebossing is noodzakelijk om het bos de diverse functies blijvend te kunnen laten vervullen, zoals biodiversiteit, recreatie en de productie van duurzame grondstoffen.

Naar aanleiding van onderzoek uitgevoerd door Probos (Probos Onderzoek Ontbossing) in opdracht van de AVIH kon worden vastgesteld dat de ontbossing in Nederland net zo groot is als in Brazilië, Indonesië en Maleisië, namelijk: jaarlijks verdwijnt 0,5 % van het bosareaal, ofwel 1.800 hectare per jaar. Ondanks dat er veel ook weer bebost wordt, meent de AVIH, op grond van berichten van de leden– die de vellingen in veel gevallen uitvoeren- en berichten op internet en in kranten, dat het beeld dat Probos heeft nog niet volledig is. Daarnaast heeft Staatsbosbeheer al 10 jaar een vrijstelling van meldplicht van het omvormen van bos naar andere natuur. AVIH meent daarom dat sprake is van een onderschatting van het probleem. De vooruitzichten in de nabije toekomst stemmen tot nog meer ongerustheid. Immers: tal van beheersplannen voor Natura2000-gebieden wachten nog op uitvoering. Daarin is nog een onbekend aantal -want niet centraal geregistreerd- ontbossingsprojecten opgenomen.

Daarom pleit de AVIH voor een systeem van meld- en herplantplicht, waarbij stringente bepalingen ervoor zorgen dat het bosoppervlak in stand blijft.

Nationale Bosinventarisatie

In 2006 was de laatste Nederlandse bosinventarisatie “Meetnet Functie Vervulling” (MFV). MFV zou een doorlopend project worden van 30 jaar waarin herhaaldelijk dezelfde metingen in het bos zouden worden gedaan om daarmee een trend te kunnen bepalen voor bepaalde bosstatistieken. Helaas is dit project gestopt vanuit de overheid.

 In 2012 is er, vanwege het moeten voldoen aan Europese verplichtingen, een nieuw project gestart om bosstatistieken op te meten. Alhoewel het vergelijkbaar zal zijn met MFV, zal dit project niet het bosareaal meten. Er wordt vanuit gegaan dat het bosareaal niet gewijzigd is in de afgelopen jaren.

Zaken als hoofdboomsoorten, menging, bosstructuur, voorraad en biodiversiteit worden wel opgemeten.

Plantmateriaal & Bosverjonging

In de bosbouw is het belangrijk om gebruik te maken van kwalitatief goed plantmateriaal om op termijn beter bos te krijgen dat meer en beter hout levert, grondstof voor o.a. bouw, chemie, textiel en energie. Hout zal alleen maar een belangrijkere grondstof zal worden, in het kader van de biobased economy en de groeiende wereldbevolking, en zal dus efficiënter moeten worden benut om te voorzien in al onze behoeften en die van de generaties na ons. En het efficiënt kunnen inzetten van hout in de toekomst betekent dat je vandaag hier al op zult moeten anticiperen.

In tegenstelling tot landbouwgewassen, heeft hout jaren – zeg maar gerust decennia – nodig om te groeien tot een gewenst oogstformaat. Het is dan niet te riskeren dat de oogst niet de gewenste kwaliteit heeft. Lastig is uiteraard om te bepalen wat in de toekomst de gewenste kwaliteit hout zal zijn, dat is niet te voorspellen. Maar wat wel zeker is, is dat hout van goede kwaliteit voor veel toepassingen geschikt is, terwijl hoe lager de kwaliteit, hoe minder toepassingen geschikt zullen zijn. Daarom is inzetten op een goede kwaliteit hout, altijd goed. En dat begint bij onderzoek in bosbouwgenetica, zodat goede selectie van boomzaden, veredeling, vermeerdering met moderne technieken en het opkweken van jonge bomen zorgen voor de gewenste bosopstanden in de toekomst.

Daarom zet de AVIH zich ook actief in voor goed plantmateriaal en kwalitatief goede bos verjonging. 

De ondernemers van de AVIH, samen met de Raad voor Plantenrassen, de Naktuinbouw, de BoHeZa, Bosschap en LTO Nederland, hebben onlangs de Green Deal “Weet welk plantmateriaal je (ver)koopt!" ondertekend, hiermee wordt de basis gelegd om met zorg geselecteerd materiaal te gebruiken voor nieuwe bosaanleg en herplant. Van de zijde van de rijksoverheid tekenden minister M.J.M. Verhagen van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie en Staatssecretaris J.J. Atsma van Infrastructuur en Milieu. Tijdens de uitvoering van de Green Deal is in kaart gebracht wat de knelpunten in de keten zijn. Vervolgens moeten er oplossingen worden bedacht en uitgevoerd. 

Download hier de knelpunten analyse van Probos.

Inzet van Biomassa

Biomassa

In 2020 moet 16% van de energie uit duurzame bronnen komen, hiervan zal een substantieel deel uit biomassa moeten worden opgewekt. Van het aandeel biomassa energie zal het grootste aandeel uit bos, natuur en landschap komen. Een substantieel deel daarvan is en/of zal hout zijn. De doelstellingen zijn duidelijk, het potentieel misschien ook wel, maar wat moet er uit de kast worden getrokken om van potentieel beschikbaar naar levering bij de verbrandingsinstallatie te komen. Of  komt de vraag  naar biomassa vanzelf? Vragen over kosten, opbrengsten, logistiek, techniek, geschiktheid, biodiversiteit, concurrentie met bestaande afnemers, oud hout, resthout, subsidieregelingen en import/export zijn er te over.  De AVIH heeft veel expertise te bieden op het gebied van biomassa en zet deze ook voortdurend in in diverse werk- en overleggroepen om de biomassamarkt vooruit te helpen.

Wat is Biomassa?
Biomassa klinkt als een homogeen product, maar niets is minder waar; er is niet één soort biomassa van hout. Er bestaan tal van specificaties. Dat maakt het ook een lastig  (maar boeiend) product. De verschillen zitten voornamelijk in het vochtgehalte, de grootte van de chips, aandeel van blad/schors/naalden en zandbestanddeel. Deze factoren kunnen erg verschillen en volgen voor een groot deel uit de oogstomstandigheden (welk materieel, welk seizoen, welk hout).

Net als varianten in de biomassa, zijn er ook allerlei diverse ketels. En die ketels vragen om biomassa met specifieke eigenschappen. Een ketelhouder doet er goed aan om zijn ketel goed te kennen om problemen te voorkomen. Elke centrale kent zijn eigen eisen aan droogte, toegestaan zandbestanddeel, aandeel blad/naalden/schors, grootte van de aan te leveren chips e.d. De verschillen hangen nauw samen met de toegepaste verbranding of vergassingtechniek.
De AVIH bedrijven die op dit gebied actief zijn, zijn eenvoudig in de ledenlijst terug te vinden. Zij beschikken zowel over de machines om de juiste biomassa te maken/leveren als over de contacten in de markt om leveringen te realiseren volgens actuele marktcondities.

Biomassa kan idealiter het best van lokaal voor lokaal worden ingezet. Maar op dit moment zitten we in een transitiefase van fossilbased naar biobased en staan er nog  niet genoeg ketels in Nederland dat alle biomassa lokaal naar een ketel gebracht kan worden. Tegelijkertijd geldt dat het aanbod biomassa niet snel stijgt. Het zal sterk van prijsstelling en brandstofspecificatie afhangen of hout uit het bos beschikbaar komt.

Wat doet de AVIH?
De AVIH heeft veel expertise te bieden op het gebied van biomassa en zet deze ook voortdurend in in diverse werk- en overleggroepen om de biomassamarkt vooruit te helpen. Daarnaast probeert de AVIH door middel van bijdragen aan onderzoeken, bijeenkomsten en overleggen de biomassa keten aan te jagen.  De AVIH onderhoudt de biomassakaart en houdt deze actueel. Dit is de enige online overzichtskaart voor houtige biomassa. Op deze kaart is te zien hoeveel biomassaketels voor houtige biomassa reeds in gebruik zijn. Indien nuttig en nodig organiseert de AVIH een themabijeenkomst of cursus over een bepaald thema omtrent biomassa.

 

De AVIH vindt het inzetten van biomassa voor duurzame energie opwekking een goede oplossing. Hout is tenslotte een hernieuwbare grondstof en CO2 neutraal en kan daarmee veilig ingezet worden als een duurzame brandstof. Wel geldt dat dat niet roekeloos moet gebeuren, maar met beleid. Zo moet vast staan dat de biomassa wel uit duurzaam beheerde (al dan niet gecertificeerde) bossen komt, zodat het niet ten koste van de boskwaliteit gaat.

Download hier het biomassa woordenboek EN-NL gemaakt door Alterra en Probos

 

Vergunningplicht & Emissie-eisen voor houtgestookte biomassa ketels

Biomassaketels dienen, net als alle andere energiecentrales, aan de geldende wet- en regelgeving te voldoen. Indien u een biomassa ketel wilt plaatsen, moet u weten of u vergunningplichtig bent en aan welke eisen u dient te voldoen. Voor uitgebreide en actuele informatie kunt u kijken op de website van Infomil. Over het algemeen kan gezegd worden dat bedrijven mogelijk te maken hebben met milieuvergunningen en particulieren niet. Wel moet in beide gevallen aan de Europese eisen voldaan worden. Wanneer een milieuvergunningen verplicht is, kunnen deze worden aangevraagd bij de gemeente. Gemeentes mogen strengere eisen stellen dan wettelijk verplicht. In de praktijk maken gemeenten daar ook gebruik van, zeker als het gaat om situaties in of dichtbij dicht(er) bewoond gebied.

Voor kachels (warmte wordt direct aan lucht overgedragen) is er geen vergunningplicht en gelden geen emissie-eisen.

Sinds de inwerkingtreding van het Activiteitenbesluit, derde tranche, op 1 januari 2013, geldt er voor ketels (warmte wordt overgedragen op medium zoals water) tot 15 MW thermisch, geen vergunningsplicht meer. Wel moet u aan de emissie-eisen voldoen, op grond van het Activiteitenbesluit, zie tabellen hieronder.

Voor ketels kleiner dan 1MW geldt dat de inwerkingtreding van de emissienormen is uitgesteld tot 1 januari 2015. Tot 1 januari 2015 gelden, op basis van het overgangsrecht in het Activiteitenbesluit, de normen die reeds lang in de NeR (Nederlandse Emissie Richtlijn) zijn opgenomen:

Voor ketels tot 0,5 MW: 150 mg/Nm3
Voor ketels tussen 9,5 en 1 MW: 75 mg/Nm3

Tabel 3.10a

Ketelinstallatie met een nominaal vermogen tussen de 400 kilowatt en de 1 Megawatt

Brandstof

Stikstofoxiden (NOx )
(mg per normaal kubieke meter)

Zwaveldioxide (SO2 ) 
(mg per normaal kubieke meter)

Totaal stof
(mg per normaal kubieke meter)

Onverbrande koolwaterstoffen(Cx) Hy) 
(mg per normaal kubieke meter)

Brandstof in vloeibare vorm, met uitzondering van biomassa

120

200

20

Biomassa

300

200

40

Aardgas

70

200

Brandstof in gasvorm, met uitzondering van aardgas

70 vermenigvuldigd met een factor die gelijk is aan de verhouding van de onderste verbrandingswaarde van de ingezette brandstof, uitgedrukt in MJ per normaal kubieke meter, tot een verbrandingswaarde van 31,65 MJ per normaal kubieke meter, waarbij de laatstgenoemde factor minimaal 0,9 en maximaal 2,0 bedraagt

200

Houtpellets voor zover het geen biomassa betreft

300

200

40

 

 

Tabel 3.10

Ketelinstallatie met een nominaal vermogen van 1 megawatt of meer

Brandstof

Stikstofoxiden (NOx
(mg per normaal kubieke meter)

Zwaveldioxide (SO2 )
(mg per normaal kubieke meter)

Totaal stof
(mg per normaal kubieke meter)

Onverbrande koolwaterstoffen (Cx Hy)
(mg per normaal kubieke meter)

Brandstof in vaste vorm, met uitzondering van biomassa

100

200

5

Brandstof in vloeibare vorm, met uitzondering van biomassa

120

200

5

Biomassa, voor zover de ketelinstallatie een thermisch vermogen kleiner dan 5 megawatt heeft

200

200

20

Biomassa, voor zover de ketelinstallatie een thermisch vermogen van 5 megawatt of groter heeft

145

200

5

Aardgas

70

200

Brandstof in gasvorm, met uitzondering van aardgas

70 vermenigvuldigd met een factor die gelijk is aan de verhouding van de onderste verbrandingswaarde van de ingezette brandstof, uitgedrukt in MJ per normaal kubieke meter , tot een verbrandingswaarde van 31,65 MJ per normaal kubieke meter , waarbij de laatstgenoemde factor minimaal 0,9 en maximaal 2,0 bedraagt

200

Er is een overgangsperiode tot 1 januari 2017, voor middelgrote stookinstallaties (50MW) is de overgangsperiode tot 1 januari 2016. 
Tijdens de overgangsperiode tellen de huidige emissie eisen, de eisen uit de BEES A of de BEMS.

BEES A is van toepassing op die ketels waar de provincie het bevoegd gezag is. Wanneer de gemeente het bevoegd gezag is, gelden de BEMS. Op pagina 14 van het rapport over de BEMS staat een beslisboom voor emissie-eisen, waaruit u kunt afleiden wat voor uw situatie de geldende wetgeving is.

Voor biomassagestookte installaties komt de grens voor vergunningplicht te liggen bij een thermisch vermogen van 15MW. Onder deze grens is geen vergunning nodig als de vrijkomende warmte nuttig wordt gebruikt en de verbranding materiaalhergebruik niet belemmert.

 

Filmpje: Biomassa (2016 - NL ondertiteld)

Afvalregelgeving

Door een vertaalfout van de Europese tekst naar de Nederlandse tekst, bestond er de afgelopen jaren een discussie inzake afval/niet afval rond biomassa van materiaal afkomstig uit de bosbouw. Op 5 april jl. is dat gerectificeerd. Dit betekent dat nu alle verse, houtige biomassa niet gezien wordt als afval, ongeacht of het uit bos, landschappelijke beplanting of park komt. Dit betekent ook dat er in de meeste gevallen voor het vervoer, de opslag en de verbrandingsinstallaties geen afvalvergunning meer nodig is.

  • Voor het officiële rectificatie document, klik hier
  • Bestel hier de AVIH Brochure "Houtig (rest) materiaal is géén afval!
  • In een notitie beantwoordt de AVIH enkele vragen hierover. 
  • Voor verdere informatie over de betekenis van deze rectificatie, zie vraag en antwoord bij www.agentschapnl.nl
    (programma’s en regelingen: de Europese kaderrichtlijn afvalstoffen en de wet milieubeheer)

De AVIH zal bijdragen aan duidelijkheid over deze ‘nieuwe’ regels.

Local for Local

Lokaal voor lokaal is een veel gebruikte zinsnede als het gaat om biomassa. De AVIH vindt idealiter dat biomassa lokaal voor lokaal moet worden ingezet. Inderdaad geldt dat transport van biomassa ten koste gaat van de neutraliteit van de brandstof. Hoe dichterbij de bron energie opgewekt wordt, hoe minder CO2 verloren gaat. Echter geldt ook dat het aandeel CO2 dat door transport uitgestoten wordt, is maar enkele procenten op het geheel. Dat komt omdat biomassa in grote hoeveelheden over de wereld getransporteerd wordt. Dus ook als biomassa  regionaal of internationaal getransporteerd wordt blijft het een  ‘low-carbon’ brandstof en daarmee een groene oplossing.  Daarnaast  zullen we moeten erkennen dat we in een transitiefase zitten tussen fossil based en biobased. Zolang er lokaal nog niet genoeg afzetmogelijkheden (ketels) zijn, zal de biomassa naar  ketels verderop gaan. Ook het verhaal van lokaal voor lokaal heeft alles te maken met vraag en aanbod. Naarmate de biomassa keten verder ontwikkeld wordt, zal dit ideaal steeds vaker bereikt kunnen worden.

Filmpje: Hout als grondstof 

Filmpje: Hout als bouwmateriaal

Filmpje: Hout en klimaat

Filmpje: Hout en milieu

Nutriëntencyclus

Het mobiliseren van biomassa gaat ook gepaard met vragen over verschraling van bossen. Kan biomassa wel geoogst worden zonder dat de kwaliteit van bossen achteruit gaat? Diverse onderzoekers hebben dit onderzocht, maar het blijkt een lastig onderwerp, want de resultaten zijn niet altijd eenduidig of makkelijk te interpreteren.

Het probleem met onderzoek doen op dit gebied is dat het lastig te simuleren is, en ook lastig op te schalen vanwege de specifieke omstandigheden van de verschillende bossen. De AVIH vindt ook dat er per locatie bekeken moet worden of oogst van biomassa verantwoord is. Dit moet echter wel op een praktische wijze gebeuren.

Professionals hebben verstand van de bodem, weten wat de diverse boomsoorten aan voeding nodig hebben en zien aan het bos of het in goede, dan wel slechte conditie verkeerd. Zij kunnen daarom heel goed bepalen of het weghalen van extra tak- en tophout eens in de 5 jaar (bij een reguliere dunning) verantwoord is of niet. In het algemeen is de AVIH van mening dat op schrale gronden er geen biomassa afgevoerd moet worden, maar op rijke gronden dit geen probleem is.

Ook is de AVIH van mening dat het terugbrengen van schone as om de nutriëntenkringloop sluitend te maken, een goede oplossing is, zolang dit met beleid uitgevoerd wordt. Zweden past dit al geruime tijd toe en in Nederland zouden we dan ook van de Zweedse praktijk kunnen leren.

 

Terug naar dossiers


Deze site maakt gebruik van cookies. Het betreft met name functionele cookies, om de site te kunnen laten functioneren en voor uw gebruiksgemak.